Uitspraak
21.43 PW-PV
BESLISSING
artikel 58, achtste lid, van de Participatiewet om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak stond de vraag centraal of er dringende redenen bestonden om geheel of gedeeltelijk af te zien van de terugvordering van bijstand op grond van artikel 58, achtste lid, van de Participatiewet. De appellant voerde aan dat zijn psychische klachten door de terugvordering waren verergerd, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat de enkele stelling dat de terugvordering in het hoofd van appellant blijft hangen onvoldoende is om van terugvordering af te zien. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en constateert dat er geen onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen zijn gebleken die kwijtschelding rechtvaardigen.
Het hoger beroep van appellant wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand blijft onverminderd van kracht.