ECLI:NL:CRVB:2022:113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Oosterveen
- M. van Paridon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bril wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bril, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen. Het college baseerde zich op de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening die in beginsel passend en toereikend is. De wetgever heeft bewust gekozen om de kosten van een bril niet binnen de basisverzekering te vergoeden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat op grond van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Participatiewet (PW) geen recht bestaat op bijstand voor kosten die in de voorliggende voorziening niet noodzakelijk zijn. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en onderstreept dat de Zvw en de daarop gebaseerde Regeling zorgverzekering als passende voorliggende voorziening gelden.
Hoewel appellant een aanvullende verzekering heeft die slechts gedeeltelijk vergoedt, en ondanks dat in een andere gemeente wel bijzondere bijstand voor een bril wordt toegekend, is het college niet verplicht dit ook te doen vanwege de gedecentraliseerde uitvoering van de PW. Tevens is niet gebleken van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand zouden rechtvaardigen. De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van een bril wordt afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet als passende voorliggende voorziening geldt.