Uitspraak
22.382 WMO15-VV, 22/381 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster, met haar minderjarige zoon, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om noodopvang op grond van de Wmo 2015. Het college wees dit af omdat verzoekster zelfredzaam is en niet aan de regiobinding voldoet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de noodopvang een algemene voorziening is met toegangsvoorwaarden.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de noodopvang voor dakloze gezinnen in Amsterdam geen algemene voorziening is volgens de Wmo 2015, omdat zij wordt aangeboden aan zelfredzame gezinnen. Dit maakt het beleid gunstiger dan de Wmo 2015, waardoor sprake is van buitenwettelijk begunstigend beleid. De toetsing is beperkt tot consistentie en fundamentele rechten.
De Raad oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat is zelf onderdak te vinden en dat de weigering van noodopvang geen schending van de grondrechten van haar zoon inhoudt. Het beroep op het Unierecht en het Handvest werd verworpen. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.