ECLI:NL:CRVB:2022:1197

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 mei 2022
Publicatiedatum
2 juni 2022
Zaaknummer
20/3705 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens

Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen heeft het recht op bijstand van appellant op 19 juli 2019 geschorst vanwege het niet verschijnen op een gesprek en het niet verstrekken van gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften. Appellant kreeg de mogelijkheid om dit te herstellen tijdens een gesprek op 22 juli 2019, maar heeft de gevraagde documenten niet overlegd, ondanks dat hem ter plekke via internetbankieren de mogelijkheid werd geboden om de bankafschriften te printen. Ook na dit gesprek heeft appellant de gevraagde stukken niet per e-mail aangeleverd.

Naar aanleiding hiervan heeft het college bij besluit van 24 juli 2019 de bijstand ingetrokken met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet. De rechtbank Limburg heeft dit besluit bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen het opschortingsbesluit, waardoor alleen de intrekking ter beoordeling stond.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet binnen de hersteltermijn de noodzakelijke gegevens te verstrekken die van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand. Het college heeft daarmee terecht gebruik gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand blijft in stand.

Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.

Uitspraak

20.3705 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 15 september 2020, 20/237 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (college)
Datum uitspraak: 17 mei 2022
Zitting heeft: G.M.G. Hink, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: J. Oosterveen
Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het college heeft bij besluit van 19 juli 2019 het recht op bijstand van appellant met toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Participatiewet (PW) met ingang van 19 juli 2019 opgeschort. Appellant is die dag zonder bericht van verhindering niet op het gesprek verschenen waarvoor het college hem had uitgenodigd. Hij heeft ook niet de door het college gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften, verstrekt. Het college heeft appellant in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen door te verschijnen op een gesprek op 22 juli 2019 en tijdens dit gesprek de gevraagde gegevens te verstrekken.
Bij besluit van 24 juli 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 17 december 2019 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellant met ingang van 19 juli 2019 ingetrokken met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de PW op de grond dat appellant de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant heeft tegen het opschortingsbesluit geen rechtsmiddel aangewend. Daarom ligt uitsluitend ter beoordeling voor of de intrekking van de bijstand in rechte stand kan houden. Bij de beantwoording van de vraag of het bijstandverlenend orgaan op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW bevoegd is tot intrekking van de aan een betrokkene verleende bijstand, staat ter beoordeling of de betrokkene verzuimd heeft binnen de daartoe gestelde termijn de bij het opschortingsbesluit gevraagde gegevens of gevorderde bewijsstukken te verstrekken dan wel anderszins onvoldoende medewerking heeft verleend.
Vaststaat dat appellant niet alle door het college gevraagde gegevens, waaronder de bankafschriften, binnen de daartoe gegeven hersteltermijn heeft verstrekt. Het gaat hier om gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand en waarover appellant binnen de hersteltermijn redelijkerwijs kon beschikken. Van het niet overleggen van de gegevens kan appellant een verwijt worden gemaakt. Zoals de rechtbank ook heeft overwogen heeft het college in het opschortingsbesluit nog een keer duidelijk vermeld welke gegevens appellant nog moest inleveren. Omdat appellant de gevraagde gegevens niet had meegenomen naar het gesprek van 22 juli 2019, is hem de mogelijkheid geboden ter plekke via internetbankieren de bankafschriften te printen. Toen dit niet mogelijk bleek omdat appellant de inlogcode niet wist, heeft het college hem in de gelegenheid gesteld om op diezelfde dag per e-mail alsnog de bankafschriften en de andere ontbrekende stukken te verstrekken. Dit heeft appellant nagelaten.
Hiermee is gegeven dat aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 54, vierde lid, van de PW is voldaan. Het college was daarom bevoegd de bijstand van appellant met ingang van 19 juli 2019 in te trekken. Wat appellant heeft aangevoerd levert geen grond op voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot intrekking gebruik heeft kunnen maken.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) J. Oosterveen (getekend) G.M.G. Hink