ECLI:NL:CRVB:2022:1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep.
Appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €134,- en de uiterste betaaldatum. Tevens werd appellant de mogelijkheid geboden om betalingsonmacht aan te tonen door een formulier in te vullen en terug te sturen, maar hierop is niet gereageerd. Na afwijzing van het verzoek om betalingsonmacht volgden nog een aanmaning en een aangetekende brief, maar het griffierecht werd niet betaald.
Appellant stelde dat het niet verstrekken van informatie geen reden was om betalingsonmacht af te wijzen, maar zonder financiële gegevens kon dit niet worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens niet betaling van het griffierecht en besluit zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.