Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, aangezien het pas op 22 november 2021 is ontvangen terwijl de termijn voor het indienen van het beroepschrift op 4 november 2021 was verstreken. Hoewel het beroepschrift op 9 november 2021 ter post is bezorgd, overschrijdt dit de toegestane termijn van een week na afloop van de beroepstermijn.
Daarnaast is appellante bij brieven van 23 november en 24 december 2021 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen. Dit griffierecht is echter niet tijdig voldaan. Appellante heeft ook niet gereageerd op een verzoek om opheldering over de termijnoverschrijding.
Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift en niet betaling van het griffierecht.