ECLI:NL:CRVB:2022:122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking hoger beroep
In deze zaak heeft het bestuursorgaan (appellant) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Betrokkene, vertegenwoordigd door een advocaat, heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft het bestuursorgaan het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en overwogen dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft het bestuursorgaan veroordeeld tot betaling van de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 759,-.
De uitspraak is gedaan door rechter H. Benek, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2022.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan betrokkene.