ECLI:NL:CRVB:2022:1344
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende invaliditeit
Appellant, voormalig militair bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om een militair invaliditeitspensioen op grond van een psychische aandoening van traumatische aard. Na medisch onderzoek werd de mate van invaliditeit vastgesteld op 7,92%, wat onder de vereiste 10% ligt voor toekenning van het pensioen.
De staatssecretaris wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde scores per rubriek. In hoger beroep betoogde appellant dat hogere scores op de beoordelingsrubrieken gerechtvaardigd waren, maar onderbouwde dit niet met medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de toegekende scores juist zijn en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat deze onjuist zijn. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het invaliditeitspensioen bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen omdat de mate van invaliditeit onvoldoende is vastgesteld.