Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:154

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
21/1834 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak

Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld in een sociale zekerheidszaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5, eerste lid, Awb, en artikel 6:24 Awb Pro.

De appellant werd bij brief van 15 juni 2021 in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan. Vervolgens werd ook de gemachtigde van appellant bij aangetekende brief van 16 augustus 2021 nogmaals een termijn van vier weken gegeven om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat bij overschrijding de zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld.

De gemachtigde maakte ook geen gebruik van deze termijn en er werden geen verontschuldigingen voor het verzuim aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep verklaarde daarom het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en besloot zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen binnen gestelde termijnen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 januari 2022
21/1834 PW, 21/1835 PW, 21/1836 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 april 2021, 20/888, 20/1233 en 20/1243
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijk Sociale Dienst Bollenstreek

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Nadien heeft mr. J. Sprakel zich als gemachtigde van appellant gesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 15 juni 2021 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 16 augustus 2021 is de gemachtigde van appellant, nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.