ECLI:NL:CRVB:2022:1555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering per 2 augustus 2019 wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante was productiemedewerkster en meldde zich meerdere keren ziek met psychische klachten en later met fibromyalgie en de ziekte van Sjögren. Het UWV kende haar aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat zij geschikt werd geacht voor andere functies. Op 2 augustus 2019 meldde appellante zich opnieuw ziek, maar het UWV weigerde een ZW-uitkering toe te kennen per die datum, gebaseerd op een medisch rapport van september 2019.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beoordeling juist was, omdat de beperkingen niet waren toegenomen sinds de eerdere beoordeling in 2017. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren toegenomen en dat de diagnose fibromyalgie niet was meegenomen, maar leverde geen medische stukken aan die dat onderbouwden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank, omdat de aanvullende medische informatie over klachten uit 2021 niet relevant was voor de datum in geschil (2 augustus 2019). De Raad concludeerde dat het UWV terecht de ZW-uitkering had geweigerd en dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende was uitgevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering per 2 augustus 2019 wordt bevestigd.