ECLI:NL:CRVB:2022:159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. Ondanks herhaalde aanmaningen en de mogelijkheid om betalingsonmacht aan te tonen, heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan.
Appellant heeft een verzoek om bijzondere bijstand gedaan en een beroep op betalingsonmacht ingediend, maar dit is afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan. De Raad heeft diverse documenten opgevraagd en beoordeeld, waaronder een inkomensverklaring, waaruit bleek dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor betalingsonmacht.
Omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in verzuim was, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.