ECLI:NL:CRVB:2022:1596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet melden detentie bij bijstandsverlening
Appellante ontving bijstand sinds mei 2016. Na een signaal dat zij vanaf april 2019 in detentie verbleef zonder dit te melden, trok het college de bijstand in en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante maakte bezwaar tegen de boete, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde zij dat zij geen mogelijkheid had gehad om het college te informeren en dat de boete onterecht was opgelegd zonder cautie.
De Raad oordeelde dat detentie een omstandigheid is die gemeld moet worden, en dat appellante haar verplichting heeft geschonden. Haar stelling dat zij niet kon melden werd niet onderbouwd. De boete is terecht opgelegd en de hoogte ervan blijft gehandhaafd vanwege het verbod op reformatio in peius.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van detentie wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.