Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:1598

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juli 2022
Publicatiedatum
18 juli 2022
Zaaknummer
20/1214 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming college in bezwaar appellant

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede heeft op 10 november 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op verzoek van appellant is het college veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep. Daarnaast zijn reiskosten voor het bijwonen van de zitting vergoed.

De kosten zijn begroot op €541 voor bezwaar, €1.518 voor beroep en €759 voor hoger beroep, plus €11,50 aan reiskosten. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot de gemeente Enschede wenden. De uitspraak is gedaan op 5 juli 2022 door de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 juli 2022
20/1214 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
18 februari 2020, 19/457 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. T. Şeker, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 10 november 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 9 december 2021 heeft mr. Şeker namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de nieuwe beslissing op bezwaar van 10 november 2021 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 541,- in bezwaar, € 1.518,- in beroep en € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
De reiskosten om de zitting bij de rechtbank bij te wonen komen tot een bedrag van € 11,50 voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot de gemeente Enschede wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.829,50.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude