ECLI:NL:CRVB:2022:16
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De aangevallen uitspraak werd op 4 augustus 2021 aan partijen toegezonden. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken, ingaand de dag na toezending.
De gemachtigde van appellante tekende op 5 augustus 2021 voor ontvangst van de aangetekende post met de uitspraak. Het beroepschrift werd echter pas op 27 september 2021 bij de griffie van de rechtbank Den Haag ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Appellante stelde dat het beroepschrift op de laatste dag van de termijn per post was verzonden, maar per abuis in een retourenvelop was geplaatst en daardoor later bij de rechtbank Den Haag terechtkwam.
De Raad oordeelde dat deze stelling onvoldoende aannemelijk was gemaakt. De stempels op de retourenvelop gaven geen sluitend bewijs dat het beroepschrift tijdig was verzonden. Hierdoor was sprake van termijnoverschrijding en was het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.