ECLI:NL:CRVB:2022:1604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant werd op 5 maart 2022 en opnieuw op 6 april 2022 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, en op 12 juli 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.