ECLI:NL:CRVB:2022:167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken overgelegde beslissing
Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, maar heeft bij het beroepschrift geen afschrift van het besluit overgelegd waarop het geschil betrekking heeft, zoals vereist op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:24 Awb Pro.
De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het ontbrekende besluit alsnog te overleggen, eerst bij brief van 26 juli 2021 met een termijn van vier weken, vervolgens bij brief van 25 augustus 2021 met een termijn van twee weken, en ten slotte bij aangetekende brief van 14 oktober 2021 met een termijn van vier weken, waarbij appellant is gewezen op de gevolgen van het niet naleven van deze termijn.
Appellant heeft geen besluit overgelegd binnen de gestelde termijnen en heeft geen verontschuldigingen aangevoerd voor dit verzuim. De Raad kon daardoor niet vaststellen tegen welk besluit het beroep was gericht en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het bestreden besluit.