Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:1734

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juli 2022
Publicatiedatum
9 augustus 2022
Zaaknummer
21/4327 ONBEK
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter in bestuursrechtelijke voorlopige voorziening

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, waarin een verzoek om een voorlopige voorziening was afgewezen.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van de voorzieningenrechter zoals bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een uitzondering op dit appèlverbod rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het zonder verder onderzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 19 juli 2022 door rechter E.C.R. Schut, met griffier P.A.M. Hulsdouw.

Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens wettelijk appèlverbod.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 juli 2022
21/4327 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 25 november 2021, 21/4408 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, waarbij met toepassing van 8:84, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening van appellant.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Verder is niet gebleken van feiten en omstandigheden die een doorbreking van het wettelijk appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) P.A.M. Hulsdouw
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
IvR