ECLI:NL:CRVB:2022:1734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter in bestuursrechtelijke voorlopige voorziening
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, waarin een verzoek om een voorlopige voorziening was afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van de voorzieningenrechter zoals bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een uitzondering op dit appèlverbod rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het zonder verder onderzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 19 juli 2022 door rechter E.C.R. Schut, met griffier P.A.M. Hulsdouw.
Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens wettelijk appèlverbod.