ECLI:NL:CRVB:2022:1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aanvullende bijstand wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante vroeg op 11 juli 2019 aanvullende bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg weigerde de bijstand op 23 september 2019 omdat appellante onvoldoende duidelijkheid verschaft had over twee ontvangsten van elk €1.000,- op haar bankrekening, waarvan de herkomst en aard niet konden worden vastgesteld.
Appellante was eerder directeur en beherend vennoot van een pizzeria waarvan een van de bedragen afkomstig was. Zij stelde dat de bedragen leningen waren, ondersteund door een schuldbekentenis en een verklaring van een derde. Het college stelde dat appellante de onduidelijkheid niet had weggenomen, mede omdat zij de bedragen niet had terugbetaald en de verklaringen niet overtuigend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellante lag om haar financiële situatie aannemelijk te maken en dat zij hierin tekort was geschoten, waardoor niet kon worden vastgesteld dat zij recht had op bijstand.
Uitkomst: De aanvraag om aanvullende bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellante.