ECLI:NL:CRVB:2022:1870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het verschuldigde griffierecht van €274,- niet heeft betaald, ondanks meerdere schriftelijke aanmaningen met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van het beroep, wat ook een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht. Appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen binnen gestelde termijnen, maar heeft deze kansen ongebruikt laten voorbijgaan.
Gezien het niet voldoen aan deze essentiële procesvereisten is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, zonder dat inhoudelijk op de zaak is ingegaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 augustus 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.