ECLI:NL:CRVB:2022:2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. Hardonk - Prins
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep conform artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,-, met duidelijke termijnen voor betaling. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk - Prins en griffier A.F. Hulskes op 30 augustus 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.