ECLI:NL:CRVB:2022:2059

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 september 2022
Publicatiedatum
30 september 2022
Zaaknummer
20/4476 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:104 lid 2 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep AOW-uitspraak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een AOW-gerelateerd geschil. De aangevallen uitspraak betreft een beslissing op verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb, tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb in principe geen hoger beroep mogelijk is. Uitzondering hierop bestaat alleen indien sprake is van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, waardoor een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gegarandeerd.

Appellante heeft aangevoerd dat dergelijke ernstige schendingen zich zouden hebben voorgedaan, maar de Raad oordeelt dat deze gronden onvoldoende zijn om de uitzondering toe te passen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep zonder verdere inhoudelijke behandeling af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en op 15 september 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 september 2022
20/4476 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
13 november 2020, 20/354 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich een zodanig ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen heeft voorgedaan, dat van een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gesproken (zie de uitspraak van de Raad van 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:946).
Wat appellant heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat zich in dit geval een zodanig ernstige schending heeft voorgedaan.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 september 2022.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.