ECLI:NL:CRVB:2022:2118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De gemachtigde van appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en het indienen van de beroepsgronden. Ondanks deze waarschuwingen werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald en bevatte het beroepschrift geen gronden.
De Raad heeft appellant meerdere kansen geboden om het verzuim te herstellen, waaronder aangetekende brieven met duidelijke termijnen en waarschuwingen over de gevolgen van niet-naleving. Deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan en er zijn geen verontschuldigingen aangevoerd.
Gelet op het ontbreken van de vereiste beroepsgronden en het niet voldoen aan de griffierechtverplichting, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en niet tijdige betaling van het griffierecht.