ECLI:NL:CRVB:2022:2217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant ontving tot april 2019 bijstand van de gemeente Tilburg en deed daarna een aanvraag bij de gemeente Goirle, waarbij hij als hoofdverblijf een kamer in [naam plaats 1] opgaf. Het college onderzocht de aanvraag en concludeerde dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde.
Het onderzoek toonde aan dat appellant in de relevante periode geen betalingen in [naam plaats 1] verrichtte, maar wel in [naam plaats 2]. De huur en borg van de kamer werden niet betaald, en een huisbezoek toonde een onbewoonde kamer zonder persoonlijke bezittingen. Appellant verklaarde vaak met de bus naar [naam plaats 2] te reizen, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
Het college wees de aanvraag af en vorderde het voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het centrum van het maatschappelijk leven en feitelijke bewijzen doorslaggevend waren. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af, waarbij wordt benadrukt dat het enkele feit van een dagvaarding op het opgegeven adres onvoldoende is om hoofdverblijf aan te tonen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.