ECLI:NL:CRVB:2022:2378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijnen is betaald, ondanks twee schriftelijke aanmaningen. Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, hetgeen verplicht is volgens de Algemene wet bestuursrecht. Appellant kreeg twee maal de gelegenheid om het gebrek te herstellen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 Awb is het griffierecht verschuldigd en dient het beroepschrift gronden te bevatten. Door het niet voldoen aan deze vereisten en het niet tijdig herstellen van deze tekortkomingen, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Raad heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling van de zaak beslist.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.