ECLI:NL:CRVB:2022:2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De gemachtigde van appellante werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en het indienen van de beroepsgronden binnen gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen werd het griffierecht niet betaald en werden de beroepsgronden niet ingediend. Hierdoor was het beroepschrift niet ontvankelijk volgens de artikelen 8:41 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van deze feiten het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier M.C.G. van Dijk.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en niet betaling van het griffierecht.