ECLI:NL:CRVB:2022:2382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep. Appellante werd op 18 januari 2022 schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigde griffierechten en de betalingstermijn.
Appellante heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht en verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffie heeft hierop meerdere keren om aanvullende en actuele inkomensverklaringen gevraagd. De door appellante verstrekte informatie was niet tijdig of niet actueel, waardoor het verzoek om vrijstelling is afgewezen.
Ondanks herhaalde aanmaningen, waaronder een aangetekende brief met een betalingstermijn van vier weken, is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad concludeert dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.