ECLI:NL:CRVB:2022:2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde wijziging woonsituatie
De zaak betreft de intrekking en terugvordering van bijstand en een boete opgelegd aan appellant wegens het niet melden van een wijziging in zijn woonsituatie. De woning van appellant werd op 2 juli 2019 ontruimd na een verstekvonnis, waarna hij feitelijk niet meer op het uitkeringsadres verbleef. Dit wijziging meldde appellant niet aan het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde tot een bedrag van €1.695,21. Daarnaast werd een boete van €847,60 opgelegd wegens normale verwijtbaarheid. Appellant voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de terugvordering en maakte geen aannemelijk dat het college eerder op de hoogte was van zijn gewijzigde woonsituatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. Het beroep op bijzondere omstandigheden faalde omdat er sprake was van een wettelijke verplichting tot intrekking en terugvordering. Ook de opgelegde boete werd als evenredig en terecht beoordeeld. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de boete wegens niet melden van gewijzigde woonsituatie worden bevestigd.