ECLI:NL:CRVB:2022:2491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AIO-aanvulling zonder dringende redenen
In deze zaak gaat het om de herziening en terugvordering van de AIO-aanvulling die appellante en haar partner ontvingen over de periode van 1 augustus 2017 tot en met 31 december 2018. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft vastgesteld dat appellante en haar partner in deze periode ten onrechte AIO-aanvulling ontvingen vanwege inkomsten uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Svb heeft de terugvordering gehandhaafd na bezwaar.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, omdat de terugvordering ernstige sociale en financiële gevolgen zou hebben voor haar en haar gezin. Zij wees op haar arbeidsongeschiktheid, het AOW-pensioen van haar partner en de zorg voor hun jonge kind.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden zijn die dringende redenen vormen zoals bedoeld in artikel 58, achtste lid, van de Participatiewet. De financiële situatie en de noodzaak tot aflossing zijn inherent aan de terugvordering en niet uitzonderlijk. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de terugvordering een bijzondere weerslag heeft op het gezin. De wettelijke bescherming via de beslagvrije voet is van toepassing.
Daarom wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de AIO-aanvulling en wijst het hoger beroep af wegens het ontbreken van dringende redenen.