ECLI:NL:CRVB:2022:2568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken inkomensgegevens gezamenlijke huishouding
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van rechtsbijstand en bewindvoering, waarbij het college de aanvragen respectievelijk buiten behandeling stelde en afwees vanwege het ontbreken van inkomensgegevens van haar gezamenlijke huishoudingspartner X.
Het college baseerde zich op het onweerlegbaar rechtsvermoeden dat appellante en X een gezamenlijke huishouding voeren, omdat zij als gehuwden werden aangemerkt en samenwoonden in de twee jaar voorafgaand aan de aanvragen. Zonder de gevraagde inkomensgegevens kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht niet opnieuw hoefde te onderzoeken of sprake was van gezamenlijke huishouding. Appellante heeft geen nieuwe gronden aangevoerd die het oordeel van de rechtbank ondermijnen.
De Raad voegt toe dat het feit dat appellante niet over de gevraagde stukken kon beschikken door weigering van X, voor haar eigen risico is, temeer daar zij dit niet heeft onderbouwd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen bijzondere bijstand wegens het niet verstrekken van de inkomensgegevens van de gezamenlijke huishoudingpartner.