ECLI:NL:CRVB:2022:260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bezwaren en proceskostenveroordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een bestuursrechtelijke uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard nam op 2 september 2021 een herziene beslissing op bezwaar waarin het aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het college te veroordelen in de proceskosten.
De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) oordeelde de Raad dat het college op verzoek van appellant in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoetkomt.
De Raad stelde de proceskosten vast op een totaalbedrag van €2.600,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut op 8 februari 2022, waarbij het college werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten aan appellant.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €2.600,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.