ECLI:NL:CRVB:2022:2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen besluit Sociale verzekeringsbank
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) inzake AOW. Tijdens de procedure trok appellante het hoger beroep in omdat de Svb het bestreden besluit niet langer handhaafde en een nieuwe beslissing op bezwaar zou nemen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante.
De Svb stemde in met een proceskostenveroordeling en deed geen verweerschrift. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op grond van de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeelde de Centrale Raad van Beroep de Svb tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten, begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand. Het betaalde griffierecht kan appellante rechtstreeks bij de Svb verhalen.
De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in aanwezigheid van griffier D. van der Boom op 1 december 2022.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan appellante.