Uitspraak
21.3889 BBZ-VV, 21/3684 BBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker exploiteert samen met zijn echtgenote een vastgoedfotografiebedrijf en vroeg verlenging van algemene bijstand op grond van het Bbz 2004. Het college wees de aanvraag af op advies van BTB, dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is vanwege onvoldoende omzet en afhankelijkheid van één opdrachtgever.
Verzoeker voerde aan dat het bedrijf wel levensvatbaar is, onder meer vanwege positieve voorlopige cijfers over 2020 en plannen voor extra inkomsten in 2021. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze plannen onvoldoende onderbouwd zijn en dat het advies van BTB zorgvuldig en gemotiveerd is. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad bevestigt dit oordeel.
Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrijf levensvatbaar is. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2022 door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag algemene bijstand wordt definitief afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.