ECLI:NL:CRVB:2022:2636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en te laat indienen beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief. Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend; het kwam pas op 5 april 2022 binnen terwijl de beroepstermijn zes weken bedroeg vanaf de dag na toezending van de aangevallen uitspraak op 15 november 2021.
Appellante gaf aan de uitspraak en bijbehorende brief te laat te hebben ontvangen, maar kon dit niet onderbouwen met bewijsstukken. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat zij niet in verzuim was. Op grond hiervan verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk, en uitgesproken in het openbaar op 7 december 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.