Uitspraak
17 mei 2021, 20/5948 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- en de termijn waarbinnen dit moest gebeuren.
Appellant heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar voldeed niet aan de voorwaarden voor het aannemen daarvan, doordat het formulier niet tijdig en volledig werd ingediend. Na herhaalde aanmaningen en herinneringen werd het griffierecht niet betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut en uitgesproken op 4 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.