ECLI:NL:CRVB:2022:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage 2016 en betalingsregeling na bezwaar ongegrond verklaard
Appellant, woonachtig in België en werkzaam in Nederland, was in 2016 verplicht een Nederlandse zorgverzekering te hebben. Het Zorginstituut Nederland stelde bij besluit van 29 februari 2016 vast dat appellant een buitenlandbijdrage van €863,13 verschuldigd was voor een gezinslid dat in België medische zorg ontving. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar.
CAK bevestigde deze bijdrage in 2017 en stelde in 2018 een betalingsregeling vast wegens uitblijven van betaling. Appellant maakte bezwaar tegen deze regeling, maar dit werd ongegrond verklaard omdat de verschuldigdheid en hoogte van de buitenlandbijdrage vaststonden en appellant geen aanvullende financiële gegevens had verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat de buitenlandbijdrage rechtsgeldig is vastgesteld. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak, waarbij CAK bereid is alsnog een betalingsregeling te treffen indien appellant een verzoek indient met benodigde informatie.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage 2016 blijft ongewijzigd en het hoger beroep wordt afgewezen.