ECLI:NL:CRVB:2022:2744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten volkstuin wegens gebrek aan noodzakelijkheid
In deze zaak heeft appellant een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de kosten van een volkstuin ter hoogte van €1.172,37. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk zijn en niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant stelde dat de volkstuin noodzakelijk is vanwege de aard en ernst van zijn klachten en ter voorkoming van verergering daarvan, alsmede vanwege zijn sociaal isolement.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant deze stellingen niet met medische stukken had onderbouwd en onvoldoende had aangetoond waarom het sociaal isolement niet op andere manieren kan worden voorkomen. Het college wees bovendien op de ondersteuning die appellant sinds 2018 ontvangt via een pgb-budget op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De Raad bevestigde dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de volkstuinkosten wordt bevestigd.