ECLI:NL:CRVB:2022:2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig allround warehouse employee, meldde zich ziek met liesklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen.
Appellant voerde aan dat het lichamelijk onderzoek naar zijn rug en heup onvolledig was en dat hij zwaarder beperkt zou moeten worden in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arts bezwaar en beroep heeft echter aangetoond dat het onderzoek volledig en zorgvuldig was, inclusief flexie, rotatie en lateroflexie van de rug en heup, en dat de beperkingen medisch objectief zijn vastgesteld.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.