ECLI:NL:CRVB:2022:2844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na auto-ongeval
Appellant, arbeidsongeschikt gemeld na een auto-ongeval, ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen per 13 december 2017 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na eerdere vernietiging van het besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek, heeft het UWV een aanvullend onderzoek laten uitvoeren waarbij een verzekeringsarts een lichamelijk onderzoek verrichtte en informatie opvroeg bij de fysiotherapeut die appellant in 2017 behandelde.
De verzekeringsarts concludeerde dat er geen objectieve afwijkingen waren die aanleiding gaven tot een ander oordeel over de belastbaarheid van appellant. Ook de psychische belastbaarheid werd zorgvuldig beoordeeld, waarbij rekening werd gehouden met PTSS en EMDR-behandelingen. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en toereikend is geweest.
Op grond hiervan en de Functionele Mogelijkhedenlijst van 16 oktober 2018 heeft het UWV gemotiveerd dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellant. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd.