ECLI:NL:CRVB:2022:30
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en is meerdere malen schriftelijk en telefonisch gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen de gestelde termijn. Zij heeft verzocht om uitstel van betaling, maar dit is afgewezen. Tevens is zij gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen, maar haar verzoek daartoe is eveneens afgewezen omdat zij niet voldeed aan de strenge criteria en het benodigde formulier niet tijdig en volledig heeft ingediend.
Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder aangetekende brieven en herinneringen, heeft appellante het griffierecht niet betaald. Zij heeft aangegeven vanwege een burn-out minder te gaan werken en heeft loonstroken en een gewijzigde arbeidsovereenkomst overgelegd, maar dit was onvoldoende om betalingsonmacht aan te nemen. Het griffierecht kon ook niet in termijnen worden voldaan.
De Raad heeft appellante herhaaldelijk gewaarschuwd dat niet tijdige betaling tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep zou leiden. Uiteindelijk heeft appellante het griffierecht niet betaald binnen de laatste gestelde termijn. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.