ECLI:NL:CRVB:2022:309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank van 19 mei 2021. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 30 juni 2021 en opnieuw bij aangetekende brief van 31 juli 2021 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van € 49,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Raad heeft op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat appellant daardoor in verzuim is en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend en uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2022.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.