ECLI:NL:CRVB:2022:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Betrokkene, een ex-werknemer, viel in 2011 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Na diverse onderzoeken en rapportages, waaronder van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, werd vastgesteld dat betrokkene volledig arbeidsongeschikt was, maar dat deze arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Het Uwv kende daarom een WIA-uitkering toe, geen IVA-uitkering.
Appellante stelde dat de medische onderbouwing ontbrak en dat de arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was, waardoor recht op IVA-uitkering zou bestaan. De rechtbank wees dit beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat herstelkansen bestonden, met name op het gebied van hand- en vingergebruik.
De Raad concludeerde dat het Uwv op goede gronden had vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Hoewel het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellante en betrokkene daardoor niet werden benadeeld. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De IVA-uitkering is terecht geweigerd omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.