ECLI:NL:CRVB:2022:431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang in zaak proceskosten socialezekerheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een vermeende onjuiste veroordeling in proceskosten. De rechtbank had volgens appellant ten onrechte slechts één punt toegekend voor het bijwonen van een hoorzitting op 17 oktober 2019.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) erkende het punt en was het eens met appellant. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen verzocht het hoger beroep in te trekken onder de voorwaarde dat artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt toegepast, maar appellant heeft niet gereageerd.
Omdat geen sprake meer is van een geschil tussen partijen en appellant het hoger beroep niet heeft ingetrokken, oordeelt de Raad dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Appellant kan zich rechtstreeks tot het Uwv wenden voor vergoeding van proceskosten gerelateerd aan de hoorzitting.
Er wordt geen veroordeling in proceskosten met betrekking tot het hoger beroep uitgesproken. De uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier L.R. Kokhuis, en op 24 februari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.