ECLI:NL:CRVB:2022:520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 juli 2021. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken na verzending van de aangevallen uitspraak, welke op 29 juli 2021 is toegezonden. De uiterste dag voor het indienen van het beroepschrift was 9 september 2021, maar het beroepschrift werd pas op 10 september 2021 digitaal ontvangen.
Daarnaast is appellant meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €134,-, met een uiterste betaaldatum, maar het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. Appellant heeft ook niet gereageerd op een verzoek om opgave van redenen voor de termijnoverschrijding.
Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-tijdige indiening en niet-betaling van het griffierecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken op 8 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift en niet-betaling van het griffierecht.