ECLI:NL:CRVB:2022:540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Tijdens de procedure heeft het college besloten de emailberichten van 4 en 5 maart 2019 als aanvraag in behandeling te nemen, waarmee het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. Het college verklaarde zich bereid de proceskosten te vergoeden en betaalde deze reeds uit aan de gemachtigde van appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat door deze vergoeding het processuele belang van appellant om de kosten alsnog toegewezen te krijgen was komen te vervallen. Daarom verklaarde de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 maart 2022, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege bleef.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college de kosten reeds heeft vergoed.