ECLI:NL:CRVB:2022:593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid ex-werkneemster op 67,88% door UWV
De ex-werkneemster was senior medewerker personeels- en salarisadministratie en viel in 2015 uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 67,88% en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom een urenbeperking van gemiddeld 4 uur per dag gold, maar het UWV herstelde dit gebrek met een aanvullend rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit en veroordeelde het UWV tot proceskostenvergoeding. In hoger beroep betoogde appellant opnieuw dat onvoldoende medisch substraat bestond voor de urenbeperking, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had haar conclusies uitgebreid onderbouwd met onderzoek, anamnese, bevindingen van derden en eerdere medische rapportages. De Raad vond geen reden om aan de juistheid van de vaststelling te twijfelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 67,88% arbeidsongeschiktheid door het UWV.