ECLI:NL:CRVB:2022:618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger pgb op grond van juiste toepassing Regeling langdurige zorg
Appellant is geïndiceerd voor het zorgprofiel Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering, inclusief begeleiding groep en vervoer. Het zorgkantoor verleende voor 2017 een persoonsgebonden budget (pgb) van €70.444,98, inclusief extra kosten thuis. Appellant vroeg om een hoger pgb, maar dit werd door het zorgkantoor afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Na intrekking van het eerste besluit werd het bezwaar alsnog ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde in hoger beroep dat het pgb hoger had moeten zijn, namelijk €86.057, op grond van de Regeling langdurige zorg (Rlz). De Raad oordeelt dat het zorgkantoor het pgb correct heeft berekend volgens artikel 5.13 Rlz en bijlage C, waarbij het zorgprofiel aan specifieke klassen is toegekend.
De Raad wijst het betoog van appellant af dat een hoger pgb mogelijk is, omdat klasse 7 niet aan de functies is toegekend. Ook kan de Raad niet oordelen over een dwangsom omdat geen beschikking hierover is genomen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.