ECLI:NL:CRVB:2022:620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen vaststelling persoonsgebonden budget Wlz
Appellant is op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) geïndiceerd voor zorg en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) van €74.248,72 voor 2018. Het zorgkantoor stelde dit bedrag bij besluit van 17 juni 2019 vast. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het pgb ten onrechte niet was verhoogd en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter volledig de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd om het oordeel te wijzigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd op 9 maart 2022 openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.