ECLI:NL:CRVB:2022:621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen pgb-besluit en schadevergoeding
Appellant is op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) geïndiceerd voor zorg en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2019. Het zorgkantoor verhoogde het pgb na bezwaar gedeeltelijk, maar wees hogere bedragen af. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het schadevergoedingsverzoek af.
Appellant stelde in hoger beroep dat het pgb-bedrag volgens de Regeling langdurige zorg (Rlz) hoger had moeten zijn, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van het hoger beroep identiek waren aan een eerder verworpen beroep over 2017 en dat de voor 2019 geldende bedragen in artikel 5.13 Rlz van toepassing zijn.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.