ECLI:NL:CRVB:2022:868

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
25 april 2022
Zaaknummer
21/3835 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De aangevallen uitspraak werd op 13 augustus 2021 aan partijen toegezonden, waarna de termijn voor het instellen van hoger beroep zes weken bedroeg. Het beroepschrift werd echter pas op 15 oktober 2021 bij de rechtbank ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

De gemachtigde van appellant voerde aan dat hij door zijn lichamelijke gesteldheid, waaronder corona en quarantaine, niet eerder in staat was het hoger beroep in te stellen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden geen redelijke grond boden om te concluderen dat appellant niet in verzuim was. Tevens werd overwogen dat het aan de gemachtigde lag om bij belemmeringen derden in te schakelen om tijdig een beroepschrift in te dienen.

Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 5 april 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 april 2022
21/3835 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
5 augustus 2021, 20/7728 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft N. Heinsdijk hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 13 augustus 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. De uitspraak is onbestelbaar bij de rechtbank geretourneerd. Op 31 augustus 2021 heeft de rechtbank per gewone post nogmaals een kopie van de uitspraak aan de gemachtigde van appellant toegestuurd met de mededeling dat deze tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep.
Het beroepschrift is op 15 oktober 2021 bij de rechtbank, en op 28 oktober 2021 bij de Raad, ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 23 november 2021 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 29 november 2021 geantwoord niet in staat te zijn geweest eerder hoger beroep in te stellen in verband met zijn lichamelijke gesteldheid, onder andere door corona en quarantaine.
Wat de gemachtigde van appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De gemachtigde van appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is geweest van een voortdurende belemmering om de belangen van appellant te behartigen. Voorts had het bij eventuele belemmeringen op de weg van de gemachtigde van appellant gelegen een derde te vragen om namens appellant tijdig een, desnoods voorlopig, beroepschrift in te dienen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 april 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.