ECLI:NL:CRVB:2022:886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 2008 meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) steeds de aanvragen heeft afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 6 november 2006.
In 2018 diende appellant voor de vierde keer een aanvraag in, waarbij hij onder meer een auto-ongeval uit 1996 en een syndroom uit 2002 aanvoerde als mogelijke nieuwe feiten. Het Uwv wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat appellant na het ongeval nog heeft gewerkt en de medische situatie pas in 2006 manifest werd. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2020.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen. Er was geen aanleiding om de eerste arbeidsongeschiktheidsdag te wijzigen, en het Uwv hoefde appellant niet opnieuw uit te nodigen voor een spreekuur. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag van appellant om een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.